Redactie

Spanje


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, januari 1976, nr. 2/3, jg. 3
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA


Verwant
Mijn werk in Spanje
Spanje: zwakste schakel in de kapitalistische keten
Revolutie en contrarevolutie in Spanje


Een krachtige massabeweging die de reformistische plannen van de bourgeoisie en de traditionele arbeidersleiders stukbreekt en voorbijstreeft.

INTERVIEW MET EEN LID VAN HET POLITIEK BUREAU VAN DE LCR-ETA VI


Een nieuwe periode begon in Spanje toen Juan Carlos aan de macht kwam. Kan je de politieke kenmerken van deze nieuwe periode samenvatten?


Het Spaanse grootkapitaal wil in de allereerste plaats een systeem afbreken, waarin één man – Franco – en zijn camarilla (“hofhouding”) alle macht in handen hadden. Dat moet stapsgewijze gebeuren, maar de bedoeling is om een onmiddellijke greep te krijgen op de staatsmacht. Daarom spreekt men van “de hervorming van de dictatuur”. Voor de burgerij betekent dat het behoud van het huidige politieke systeem in zijn grote lijnen en dus het verzet tegen elke beweging die de dictatuur wil omverwerpen. Dit project staat vanaf het begin voor een hele reeks hindernissen.

Om te beginnen zou deze “hervorming van de dictatuur” moeten vertrekken vanuit de huidige instituties, waarin de franquistische bureaucratie de macht behoudt en een hevige tegenstander is van gelijk welke hervorming.

Dit verzet kwam in de jongste weken bij herhaling tot uiting in verklaringen van de procuradores (leden) van de Cortes, van de bureaucraten van de CNS (het verticale syndicaat) en van de beulen van de Politiek-Sociale Politie (de BPS is de politieke politie).

Vervolgens hebben de huidige machtshebbers met deze “hervorming” de bedoeling om zich tegenover de massa’s te verantwoorden. Dit betekent dat zij in feite op zoek zijn naar een sociale basis maar dat zou hen betekenisvolle toegevingen op sociaal vlak kosten.

De Spaanse economie is echter niet sterk genoeg om zulke politiek waar te maken. Dat is vooral het geval op het ogenblik dat we een nieuwe opgang van de massabeweging meemaken die stelselmatig de projecten van de regering in vraag stelt.

Na de dood van Franco hadden de massa’s heel wat illusies gekoesterd betreffende een mogelijke liberalisering, maar al vlug zagen ze in dat ze van de “nieuwe meesters” niets te verwachten hadden. Ze startten een gezamenlijke actie voor amnestie en voor hun andere eisen. De geweldige sociale dynamiek die zo tot ontwikkeling kwam volgt hoegenaamd niet het ritme dat door FRAGA IRIBARNE (minister van “GOBIERNACION” en sleutelfiguur van het project ter “hervorming van de dictatuur”) voor de liberalisering voorzien wordt.

De massa’s willen niet langer wachten. Daarom verzetten ze zich steeds meer tegen het regime. Dat komt tot uiting in de betoging van de 30.000 naar de gevangenis van CARABANCHEL, de 10.000 in San Sebastian, de 5.000 in PAMPLUNA, de petities en de vele andere manifestaties die nu overal in de Spaanse staat plaatsvinden.


Kan je verduidelijken wat de huidige projecten van de Spaanse burgerij zijn en in wat voor tegenstellingen het regime daardoor terechtkomt?


De burgerij kan bijna niet voor-, noch achteruit. Na de laatste terechtstellingen was de Spaanse staat door toedoen van de dictator verschrompeld tot een geheel geïsoleerd bureaucratisch politieapparaat zonder enige sociale basis. Zulke staat betekent in feite een gevaar voor de overheersing van de burgerij. Daarom is zij verplicht om haar politiek overheersingsysteem te wijzigen.

Maar deze “hervorming van de dictatuur” wordt met heel wat problemen geconfronteerd.

Ten eerste is er de overgang van de dictatuur naar een sterke staat, naar een “Duits systeem” zoals de burgerlijke pers dat hier noemt.

De dictatuur is de burgerij om twee redenen van nut geweest: omdat zij een efficiënte politieke repressie toeliet en omdat ze het evenwicht tussen de verschillende fracties van de burgerij in stand hield, zodanig dat de burgerij als klasse in haar geheel, haar overheersing kon handhaven. Gezien de krachtsverhoudingen tussen de klassen echter wijzigden, werd de dictatoriale staat een hinderpaal voor het in stand houden van de burgerlijke overheersing. Van een meedogenloze dictatuur en een totale repressie van de arbeidersbeweging, die dus geheel inefficiënt geworden waren, gaat de Spaanse burgerij over naar een gedeeltelijke wettelijke erkenning van de arbeidersbeweging en een politiek van sociale toegevingen. De meest dynamische fracties van de Spaanse burgerij hebben begrepen dat dit de enige manier is om de omverwerping van de dictatuur te verhinderen. De voorstellen van het sociaal pact die door geheel het grootkapitaal overgenomen worden, zijn de hoeksteen van deze politiek.

Maar een pact veronderstelt dat er in de arbeidersklasse voor de burgerij geldige gesprekspartners aanwezig zijn: mensen die deze arbeidersklasse inderdaad vertegenwoordigen. Het is duidelijk – en in de eerste plaats voor de burgerij – dat de CNS niet die geldige gesprekspartner is.

Nemen we het voorbeeld van de nationale trust Standard met bedrijven in Madrid, Barcelona, Bilbao en in andere streken van Spanje. Een maand geleden vonden de discussies over de hernieuwing van de conventie plaats. De CNS verzette zich tegen nationale onderhandelingen en verkoos onderhandelingen bedrijf per bedrijf en sector per sector. De verkozen vertegenwoordigers van de basis – los enlaces –, die representatief zijn voor de arbeiders verwierpen het dictaat van de CNS. Het was toen de algemene directie van de Standardtrust, die, onder druk van de werkers de reisonkosten van de enlaces betaalde om in Madrid deel te nemen aan nationale onderhandelingen. Met de bureaucraten van de CNS werd geen rekening meer gehouden.


Dit voorbeeld geeft goed weer waar het Spaanse grootkapitaal heen wil. Maar deze projecten en zelfs de toepassing ervan in één sector is één zaak; de veralgemeende toepassing is een heel andere zaak. Om zulk sociaal pact te realiseren zal de burgerij namelijk een hinderpaal dienen uit de weg te ruimen die de toepassing van zulke politiek tot nog toe verhinderde: het uitschakelen van het CNS-apparaat, dat echter een van de voornaamste steunpilaren is van de franquistische instituties. De dynamiek van zulk initiatief is nu al duidelijk: het zou een grote bres slaan in geheel het franquistische apparaat.

Vervolgens komt deze liberaliseringspolitiek erop neer dat de Spaanse burgerij het akkoord nastreeft van belangrijke politieke partijen van de arbeidersbeweging. Dit kan echter slechts gebeuren ten koste van fundamentele sociale toegevingen, want de massabeweging is vandaag minder dan ooit tevreden met enkele kruimels... en daar ook wordt de dynamiek duidelijk: één verworvenheid stimuleert de strijd om er meer te winnen.


Zijn er op het vlak van de instituties reeds initiatieven in het vooruitzicht?


Alle initiatieven gaan in dezelfde richting, de burgerij probeert om de controle over het bestuur van het land opnieuw zelf in handen te krijgen:
- de inkrimping van de macht van Juan Carlos, die, in tegenstelling tot Franco, niet meer deelneemt aan de ministerraad;
- het stelselmatig verwijderen van franquistische bureaucraten van een aantal sleutelfuncties;
- de benoeming van civiele gouverneurs in alle streken. Dit gebeurt onder onmiddellijke controle van Fraga Iribarne;
- de hervorming van de Cortes in één verkozen en één aangestelde kamer. Dit project ligt nog ter discussie en is dus niet officieel.


Al deze initiatieven gaan in de zin van een wijziging van het politiek personeel. Het is duidelijk dat zij de oppositie verscherpen tussen de “fragistes” (aanhangers van Fraga) langs de ene kant en de franquistische bureaucraten die de sleutelposten in het staatsapparaat bezetten langs de andere kant. Deze oppositie kwam aan het daglicht met de verschijning van de Junta de Défensa Policial in Madrid. Dit document reageert op de projecten om de politie te hervormen en zegt zwart op wit: “Spanje kan morgen dezelfde evolutie meemaken als Portugal. In dat land hebben de rijken geprobeerd om de haat van het volk te richten tegen de PIDE (politieke politie) om hun eigen misdaden te verschonen. In Spanje zal de BPS geen PIDE zijn. De BPS zal niet de zondebok worden voor de misdaden van het franquisme. Wij bereiden ons voor vanaf vandaag en roepen alle politiemannen, alle leden van de BPS op om zich met de wapens in de hand tegen de vijand te verzetten.”

Deze verklaring is overduidelijk: de franquistische bureaucratie zal geen “vreedzame overgave” dulden. Zij zal haar posten en privilegies met hand en tand verdedigen.

Dit moet er de arbeidersorganisaties toe aansporen om de acties voor de ontmanteling van de franquistische instituties in het centrum van hun activiteiten te plaatsen.


Kan je de specifieke eigenschappen van de nieuwe periode in de opgang van de massabeweging aangeven?


De nieuwe politieke situatie heeft zeker alle factoren aangescherpt die bijdragen tot de radicalisering van de massa’s. Maar het is de strijd voor amnestie en voor de vrijlating van alle politieke gevangenen die de arbeiders- en volksmobilisatie nu samenbalt. Van de petities van de raad van beheer van Ponteverda tot de betoging van de 30.000 voor Carabanchel, is het de eerste keer dat op hetzelfde ogenblik en voor dezelfde eis, de amnestie, gehele beroepsgroepen, wijken, dorpen en steden deelnemen aan zulke campagne.


Het massakarakter van deze manifestaties – meer dan één miljoen personen zijn er tot nu toe bij betrokken –, de strijdvaardigheid van deze massabeweging en haar kracht, verbergen echter niet de verschillen en de ongelijkmatige ontwikkeling van het politiek bewustzijn.

In Madrid en Barcelona is de strijd voor amnestie meestal verbonden met acties voor de eisen in verband met collectieve arbeidsovereenkomsten waarover nu onderhandeld wordt. In Euskadi (het Spaanse Baskenland) gaat de strijd voor amnestie gepaard met eisen als de ontbinding van alle speciale repressiestrijdkrachten, de uitzuivering van het staatsapparaat en de leiding van de bedrijven, de uitschakeling van de franquistische syndicale bureaucraten.

Overal is het echter duidelijk dat men zich niet zal laten bepraten door Fraga Iribarne en de graaf van Motrico, die heel wat illusies verspreiden over de liberalisering. Overal is het duidelijk dat de massa’s de beperktheid van de “Indulto” (de gedeeltelijke amnestie – 500 bevrijdingen op 6.000 gevangenen – afgekondigd door Juan Carlos) inzien en begrijpen dat er moet gestreden worden tot de volledige amnestie verkregen wordt.

De dynamiek van de massabeweging, vooral dan op het vlak van de bedrijven wordt nog op een andere manier duidelijk, door de houding die aangenomen wordt tegenover het probleem van de syndicaten. Er komt vandaag een diepgaande eenheidsstroming los, die streeft naar de opbouw van een syndicaat naast de CNS. Deze stroming kwam tot uiting tijdens de onderhandelingen voor de collectieve arbeidsovereenkomst in de sector van de banken en ook op 11 december toen 3.000 arbeiders van verschillende sectoren betoogden en opriepen voor een algemene staking op 16 december, zonder rekening te houden met de CNS.

Deze stroming is nu zo sterk dat het debat erover in de pers is losgekomen en dat de burgerij verplicht wordt om een aantal duidelijke antwoorden te formuleren. De burgerij wordt inderdaad met volgend alternatief geconfronteerd:
- ofwel handhaaft zij het status-quo, weigert hervormingen en laat de arbeidersbeweging haar extralegale acties verder zetten. Zo ontneemt ze zichzelf elke mogelijkheid om in te gaan tegen een proces dat uitloopt op de omverwerping van de dictatuur. De franquistische bureaucratie en het CNS-apparaat hebben reeds voor deze optie gekozen om hun eigen belangen te verdedigen;
- ofwel breekt zij de franquistische bureaucratie gezien de voorwaarden aanwezig zijn voor het “Congresso Syndical Constituente” (een congres voor de oprichting van een nieuw syndicaat). In dat geval zal de eenheidsdynamiek van de massabeweging voor de opbouw van een onafhankelijk syndicaat, dit vooropgestelde kader geheel te buiten gaan, ondanks alle mogelijke manipulaties en ondanks alle mogelijke akkoorden tussen het grootkapitaal en de traditionele leidingen van de arbeidersbeweging.

De huidige krachtsverhoudingen tussen de klassen en de druk van de massabeweging verplichten een belangrijk deel van het grootkapitaal ertoe om voor deze tweede oplossing te kiezen. Slechts dankzij een massale en onverbiddelijke eenheidsmobilisatie zal de arbeidersklasse daarentegen haar eigen syndicaat kunnen opbouwen.


Over de opbouw van het onafhankelijk syndicaat is er binnen de PCE een groot debat losgekomen. Kan je de verschillende standpunten weergeven?


De verschillende opties die op dit terrein binnen de PCE tegenover elkaar staan, zijn – weliswaar op vervormde wijze – de weerspiegeling van de geschiedenis van de Spaanse arbeidersbeweging gedurende de jongste jaren. Bij de jongste syndicale verkiezingen behaalden de CUDs (Democratische Eenheids Kandidaten) een geweldige overwinning, met 80 % van de enlaces.

Sindsdien heeft de PCE zijn interventie op dit terrein begunstigd t.o.v. dat der “Commissiones Obreras” (de arbeiderscommissies), die bijna zelfs geheel verlaten werden. Toen het boek van Pujada y Baix, “Las Cud” verscheen, nam een deel van de PCE de gelegenheid te baat om de stelling te verdedigen dat het toekomstige syndicaat uitsluitend op basis van de CUDs zou gebaseerd zijn. Camacho en Sartorius, oude arbeidersmilitanten die hun belangen verdedigen als leiders van de arbeiderscommissies, hebben daarop droogweg geantwoord dat buiten het kader van de arbeiderscommissies geen enkel syndicaat kan ontstaan. De huidige oriëntatie van de PCE die de enlaces bevoordeelt kan alleen uitlopen op de uitschakeling van de arbeiderscommissies.

In dit debat heeft Carillo een tussenpositie ingenomen (dat is toevallig niet de eerste keer). In het jongste nummer van “Nuestra Bandera” (het tijdschrift van de PCE) legt hij uit dat de arbeiderscommissies een sociopolitieke beweging vormen die de legale structuren (de enlaces, de CUDs) en de illegale structuren integreren. Carillo komt dan tot de conclusie dat de arbeiderscommissies en de enlaces moeten vervlochten worden zonder dat de ene vorm ten opzichte van de andere bevoordeeld wordt.

Om te besluiten schrijft Carillo echter dat het ogenblik nog niet gekomen is om op te roepen voor een syndicaal congres. Hij verkiest waarschijnlijk de onderhandelingen en touwtrekkerijen aan de top om zoveel mogelijk posten te pakken te krijgen.


En uiterst links?


De belangrijkste krachten zetten hun rechtse koers verder. De MCE (Movimiento Comunista de Espana) en de ORT (Organizacion revolucionaria de los Trabjores), erg gevoelig voor druk van buiten af, schommelen de laatste weken tussen volgzaamheid t.o.v. de PCE, omdat ze vrezen geïsoleerd te worden en gezien de noodzaak om “zich niet van de massa’s te laten afsnijden” langs de ene kant en langs de andere kant de grote strijdvaardigheid van hun militanten, die in de meeste gevallen werkelijk verbonden zijn met de arbeidersvoorhoede, vooral dan in Euskadi, die de jongste tijd heel wat ervaring heeft opgedaan. Op het ogenblik neemt hun volgzaamheid t.o.v. de reformisten echter toe. Dat gebeurt trouwens niet zonder moeilijkheden binnen deze organisaties. Tegenover het project van klassencollabortie van de PCE en van de “Junta Democratica” (een front van een aantal organisaties onder hegemonie van de PCE en waaraan een gering aantal vertegenwoordigers van de zogenaamde “progressieve” burgerij deelnemen) stellen de MCE en de ORT hoegenaamd geen alternatief project voor dat concreet zou aangeven hoe de dictatuur moet omvergeworpen worden door een combinatie van de strijd voor de democratische vrijheden en voor de verwezenlijking van de arbeiderseisen, een strijd die door middel van de eenheid en de onafhankelijkheid van de arbeidersbeweging uitloopt op de algemene staking. De MCE en de ORT bakenen zich dus niet af t.o.v. de reformistische strategie.
Zij maken trouwens deel uit van een ander front dat de klassencollaboratie voorstaat: de Convergencia Democratica (onder hegemonie van de PSOE). De MCE is zelfs zover gegaan samen met de PCE en de PSP (Socialistische Volkspartij, met een mindere invloed dan de PSOE) van Tievro Cualvan een oproep te ondertekenen tot de burgerij om op vreedzame wijze met de dictatuur te breken. Door het probleem van de omverwerping van de dictatuur uit de weg te gaan en door geen strategisch alternatief te plaatsen tegenover dat van de reformisten hebben deze organisaties zichzelf veroordeeld de reformisten te volgen op hun eigen terrein maar op een minder consequente wijze dan deze traditionele arbeidersorganisaties.


Kun je tenslotte de centrale assen aangeven waarlangs de politiek van de LCR-ETA VI ontwikkeld wordt?


De huidige politieke toestand stelt de ordewoorden, eisen en initiatieven voor de ontmanteling van de franquistische instituties centraal in elke betoging, in elke actie.

Deze as is voor de revolutionaire marxisten des te belangrijker omdat sinds de burgeroorlog het politiek project van de burgerij totaal samenviel met de franquistische dictatuur. Elke strijd voor de bevrijding van de politieke gevangenen, voor de ontbinding van de speciale politiekorpsen en voor de uitzuivering van het leger, van de politie en van de administratie, geven bijgevolg aanleiding tot een sociale en politieke dynamiek die de grondwetten van de burgerlijke staat aanvalt.


Deze eisen, gedragen door steeds grotere sectoren van de Spaanse massa’s, worden onmiddellijk verbonden met de strijd voor het bekomen van de democratische vrijheden: stakingsrecht, recht op vergadering, op betoging, persvrijheid en stemrecht. Het zijn niet de maneuvers van de burgerij om de Cortes te hervormen e.d., die aan deze eisen zal beantwoorden. Deze zullen slechts beantwoord worden door de verkiezing, bij algemeen stemrecht van een grondwettelijke vergadering.


Zo zal ook in Euskadi, Catalonië, Pais Valencia en Galicië, slechts de verkiezing bij algemeen stemrecht van een nationale vergadering die het zelfbeschikkingsrecht uitoefent, beantwoorden aan de eisen van deze volkeren.

We moeten echter niet zitten wachten op de bijeenroeping van deze of gene vergadering. Het is alleen de mobilisatie van de massa’s die deze overwinning kan waarborgen. Daarom roepen wij overal op om de arbeiderscommissies te versterken en te verenigen; tot de eenheid van alle arbeidersorganisaties voor het organiseren van een congres voor een nieuw, zelfstandigT syndicaat; tot de veralgemening van de arbeidersvergaderingen, de verkozen en herroepbare fabriekscomités; tenslotte tot de strijd voor de bevrediging van alle arbeiderseisen die slechts door een arbeidersregering zullen kunnen gerealiseerd worden.

Door zijn drie prachtige algemene stakingen, heeft het proletariaat van Euskadi de weg gewezen om al deze objectieven te bereiken, d.w.z. de algemene staking, het eenheidsfront van de arbeidersorganisaties in een centraal stakingscomité.

Gewapend met de ervaringen van de stakingen in Euskadi, roepen wij op tot de eenheid van alle arbeidersorganisaties en inzonderheid tot die van de revolutionaire uiterst-linkerzijde, tot de breuk van deze organisaties met alle partijen en structuren van klassencollaboratie om te beantwoorden aan de verzuchting van de massa’s in Euskadi, Catalonië, Pais Valencia, Galicië en in geheel de Spaanse staat een einde maken aan de franquistische dictatuur.

2/1/1976