Karl Marx

De Grundrisse

Hoofdlijnen van de Kritiek van de Politieke Economie (ruwe schets)

Voorlopige versie!
(Ingrijpende) wijzigingen zijn niet uitgesloten.



Geschreven: 1857-1861
Bron (voorlopig, later meer): Karl Marx – Friedrich Engels Werke (MEW42), Dietz Verlag Berlin 1983.
Copyright: Creative Commons Licentie 2.0
Deze versie: De structuur volgt de Engelstalige online editie (let op, die editie is exclusief vergund aan MIA-Engelstalig), maar de brontaal is de Duitstalige uitgave, waarvan het appendix en register niet is overgenomen.
Vertaling: Adrien Verlee
HTML en contact: Adrien Verlee voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren?

Qr-MIA

       
Leest u dit met een smartphone?
Met (enkele) smartphones moet u zelf uitmaken welke modus voor u geschikt is


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Verwant
Het Kapitaal I - Het Kapitaal II - Het Kapitaal III
De Parijse Manuscripten
Beginselen en toepassing van de marxistische economie

Marx Karl

Over de Grundrisse:
Het beschavend karakter van het kapitalisme. Voorbij de clichés over Marx: een lezing van de Grundrisse, deel 1
Kapitalisme en vrijheid. Voorbij de clichés over Marx: een lezing van de Grundrisse, deel 2

Over dit boek

Marx schreef dit enorme manuscript als onderdeel van zijn voorbereiding op wat zou uitgroeien tot Een bijdrage tot de kritiek van de politieke economie (gepubliceerd in 1859) en Het Kapitaal (gepubliceerd in 1867).

Sovjet-marxologen hebben in de jaren 1930 een aantal nooit eerder geziene werken van Marx en Engels gepubliceerd. De meeste waren vroege werken – zoals De Economische en Filosofische Manuscripten – maar De Grundrisse stond op zichzelf als het resultaat van de meest intense periode van Marx’ tien jaar durende, diepgaande studie van de economie. Het is een buitengewoon rijk en tot nadenken stemmend werk, dat tekenen vertoont van humanisme en de invloed van de hegeliaanse dialectische methode. Let wel, Marx had niet de bedoeling het zo te publiceren, het is soms ruw van stijl.

De lezers van dit boek kunnen Marx “horen” denken. Dat is fascinerend.
Zij gaan moeilijke zinnen tegenkomen. Ook tekstgedeelten die onlogisch lijken, of het zijn. Een zin lijkt soms onlogisch door een hoog abstractieniveau. Dit boek is nu eenmaal het nauwelijks bewerkte resultaat van Marx’ onderzoek en denken, waar hij zijn materie helder wil krijgen.

De reeks van zeven schriften werd door Marx in de winter van 1857-58 in grove lijnen geredigeerd, voornamelijk met het oog op zelfverduidelijking. Het manuscript is onder nog onbekende omstandigheden verloren gegaan en werd voor het eerst gepubliceerd, in het Duitse origineel, in 1953. Een ingeperkte editie werd gepubliceerd door Foreign Language Publishers in Moskou in twee delen, respectievelijk in 1939 en 1941, onder het redacteurschap van het Marx-Engels-Lenin Instituut, Moskou. Het eerste deel bevatte de inleiding en de zeven hier vertaalde schriften. Het tweede deel voegde fragmenten toe uit Marx’ notitieboeken van 1851 met uittreksels van Ricardo, het fragment Bastiat en Carey (ook opgenomen in deze vertaling), en divers gerelateerd materiaal; ook uitgebreide annotaties en bronnen. Een foto-offset herdruk van de twee delen in één band, minus illustraties en facsimile’s, werd uitgegeven door Dietz Verlag, Berlijn, in 1953, en is de basis van de huidige vertaling. Het wordt hierna De Grundrisse genoemd.

• In plaats van “Bijdrage” is er gekozen voor “Hoofdlijnen” – Grundrisse in deze context is lastig te vertalen. De Grundrisse blijft wel de titel.

• Sachlich – In de woordenboeken is dit: zakelijk. Als de bijbehorende variant staat er o.a.: objectief. Veel Marx-vertalingen gebruiken “objectief” of “geobjectiveerd”, enz., voor sachlich. Niet altijd, maar toch veelal, maakt dit de tekst onnodig moeilijk. Wat krijgt men immers voor ogen bij een zin als: “De persoonlijke verhoudingen zijn geobjectiveerd”? Dan is zakelijk beter (“De persoonlijke verhoudingen zijn verzakelijkt”), omdat het precies gaat over de verandering van interactie tussen de individuen in een kapitalistische maatschappij, die zakelijk worden of zijn (denk bv. aan platformeconomie/platformkapitalisme: “Een algoritme is mijn baas”). Zelfs zodanig onmenselijk dat er ultraliberalen bestaan die bv. spraken (spreken?) van financiële transacties tussen kinderen en de ouders. Daarom is er gekozen voor zakelijk en niet “objectivering”. Het laatste is onvoldoende duidelijk en helder.

• De Engelse en Franse woorden, zinnen, enz., worden omwille van eenvoudigheid direct vertaald in het Nederlands en verschijnen niet als voetnoten. Waar nodig, staan voetnoten, opmerkingen of toevoegingen uit de Duitstalige bron, of andere geraadpleegde teksten, tussen: [ ].

Indicatieve Analytische Inhoudsopgave

Woord vooraf   (MEW42)

HOOFDLIJNEN VAN DE KRITIEK VAN DE POLITIEKE ECONOMIE – Inleiding
1. Productie in het algemeen
2. De algemene verhoudingen tussen productie, distributie, ruil en consumptie
3. De methode van de politieke economie
4. Productiemiddel (-kracht) en productieverhoudingen, productieverhoudingen en verkeersverhoudingen, enz.

HET HOOFDSTUK OVER GELD
Darimons theorie van crisissen
Goudexport en crisissen
Converteerbaarheid en omloop van de biljetten
Waarde en prijs
Ontstaan en aard van het geld [Transformatie van de waar in ruilwaarde; geld]
Tegenstrijdigheden in de geldverhouding
(1) Tegenstrijdigheid tussen de waar als product en de waar als ruilwaarde
(2) Tegenstrijdigheid tussen koop en verkoop
(3) Tegenstrijdigheid tussen ruil omwille van de ruil en ruil omwille van de koopwaar
(Aforismen)
(4) Tegenstrijdigheid tussen geld als een bijzondere waar en geld als algemene waar
(De Economist en de Morning Star over geld)
Pogingen om de tegenstellingen te overbruggen door het uitgeven van tijdsbonnen
Ruilwaarde als bemiddeling van particuliere belangen
Ruilwaarde (geld) als maatschappelijke binding
Maatschappelijke verhoudingen die een onontwikkeld systeem van ruil creëren
Het product wordt een koopwaar; de koopwaar wordt ruilwaarde; de ruilwaarde van de koopwaar wordt geld
Geld als graadmeter
Geld als objectivering van algemene arbeidstijd
(Terloopse opmerking over goud en zilver)
Onderscheid tussen arbeidstijd in het bijzonder en de algemene arbeidstijd
Onderscheid tussen de geplande verdeling van de arbeidstijd en de meting van de ruilwaarde van de arbeidstijd
(Strabo over geld bij de Albanoi)
Edele metalen als dragers van de geldverhouding
(a) Goud en zilver in verhouding tot de andere metalen
(b) Fluctuaties in de waardeverhoudingen tussen de verschillende metalen
(c) en (d) (alleen de titels): Bronnen van goud en zilver; geld als munt
De circulatie van geld [en tegenovergestelde circulatie van waren]
Algemeen concept van circulatie
a) Circulatie circuleert ruilwaarden in de vorm van prijzen
(Onderscheid tussen echt geld en rekengeld)
b) Geld als circulatiemiddel [Geld als ruilmiddel]
(Wat bepaalt de hoeveelheid geld die nodig is voor circulatie)
(Commentaar op (a))
Warencirculatie vereist toe-eigening door vervreemding
Circulatie als een eindeloos herhaald proces
De prijs als extern aan en onafhankelijk van de koopwaar
Totstandbrenging van een algemeen ruilmiddel
Ruil als bijzondere activiteit
Dubbele circulatiebeweging: W-G; G-W, en G-W; W-G
Drie tegenstrijdige functies van geld
c) Geld als de materiële representant van rijkdom (accumulatie van geld; daarvoor: geld als de algemene materie van contracten, enz.)
(2) Geld als ruilmiddel en het realiseren van de prijs
(Geld, als vertegenwoordiger van de prijs, maakt het mogelijk waren te ruilen tegen equivalente prijzen)
(Een voorbeeld van verwarring tussen de tegenstrijdige functies van geld)
(Geld als bijzondere waar en geld als algemene waar)
(3) Geld als geld: als materiële vertegenwoordiger van rijkdom (accumulatie van geld)
Het hoofdstuk over geld (vervolg)
(Ontbinding van oude gemeenschappen door geld)
(Geld, in tegenstelling tot muntstukken, heeft een universeel karakter)
(Geld in zijn derde functie is de negatie (negatieve eenheid) van zijn karakter als circulatiemedium en graadmeter)
(Geld in zijn metallische wezen; accumulatie van goud en zilver)
(Titels over geld, later uit te werken)

HET HOOFDSTUK OVER HET KAPITAAL
Het hoofdstuk over geld als kapitaal
Moeilijkheid om geld te begrijpen in zijn volledig ontwikkeld karakter als geld
Eenvoudige ruil: verhoudingen tussen de ruilers
(Kritiek van socialisten en harmonisatoren: Bastiat, Proudhon)

DEEL 1: HET PRODUCTIEPROCES VAN HET KAPITAAL
Er is niets te zeggen, wanneer kapitaal louter wordt gekarakteriseerd als een som van waarden
Onroerende goederen en kapitaal
Kapitaal komt voort uit circulatie; zijn inhoud is ruilwaarde; handelskapitaal, geldkapitaal, en geldrente
Circulatie vooronderstelt een ander proces; beweging tussen vooronderstelde uitersten
Overgang van circulatie naar kapitalistische productie
Kapitaal is geaccumuleerde arbeid (enz.)
Kapitaal is een som van waarden die worden gebruikt voor de productie van waarden
Circulatie, en de ruilwaarde die voortvloeit uit circulatie, de vooronderstelling van kapitaal
Ruilwaarde die voortkomt uit circulatie, een vooronderstelling van circulatie, die zichzelf daarin in stand houdt en vermenigvuldigt door middel van arbeid
Product en kapitaal. Waarde en kapitaal. Proudhon
Kapitaal en arbeid. Ruilwaarde en gebruikswaarde voor ruilwaarde
Geld en zijn gebruikswaarde (arbeid) in deze verhouding kapitaal. Zelfvermeerdering van waarde is zijn enige beweging
Kapitaal, wat de substantie betreft, objectiveerde arbeid. Zijn tegenpool, levende, productieve arbeid.
Productieve arbeid en arbeid als verrichten van een dienst
Productieve en onproductieve arbeid. A. Smith enz.
De twee verschillende processen in de ruil van kapitaal met arbeid
Kapitaal en moderne landeigendom
De markt
Ruil tussen kapitaal en arbeid. Stukloon
Waarde van de arbeidskracht
Aandeel van de loonarbeider in de algemene welvaart alleen kwantitatief bepaald
Geld is het equivalent voor de arbeider; hij confronteert het kapitaal dus als een gelijke
Maar het doel van zijn ruil is bevrediging van zijn behoefte. Geld is voor hem slechts een circulatiemiddel
Sparen, zelfverloochening als middel voor de verrijking van de arbeider
Zonder waarde en devaluatie van de arbeider een voorwaarde voor het kapitaal
(Arbeidskracht als kapitaal!)
Lonen niet-productief
De ruil tussen kapitaal en arbeid behoort tot de eenvoudige circulatie, het verrijkt de arbeider niet
Scheiding van arbeid en eigendom de voorwaarde voor deze ruil
Arbeid als object: absolute armoede, arbeid als subject: algemene mogelijkheid van rijkdom
Arbeid zonder bijzondere specificiteit confronteert het kapitaal
Arbeidsproces geabsorbeerd in kapitaal
(Kapitaal en kapitalist)
Productieproces als inhoud van kapitaal
De arbeider beschouwt zijn arbeid als ruilwaarde, de kapitalist als gebruikswaarde
De arbeider ontdoet zich van de arbeid als welvaartbrengende kracht; het kapitaal eigent zich die als zodanig toe
Transformatie van arbeid in kapitaal
Realisatieproces
(Productiekost)
Louter behoud, niet-vermeerdering van waarde is in tegenspraak met de essentie van kapitaal
Kapitaal komt als kapitaal in de productiekosten. Rentegevend kapitaal
(Parenthesen bij: oorspronkelijke accumulatie van kapitaal, historische vooronderstellingen van kapitaal, productie in het algemeen)
Meerwaarde. Meerarbeidstijd
Waarde van arbeid. Hoe deze wordt bepaald
Voorwaarden voor de zelfverwerkelijking van kapitaal
Kapitaal is productief als schepper van meerarbeid
Maar dit is slechts een historisch en voorbijgaand fenomeen
Theorieën over de meerwaarde (Ricardo; de fysiocraten; Adam Smith; opnieuw Ricardo)
Meerwaarde en productiekracht. De verhouding wanneer deze toenemen
Resultaat: naarmate de noodzakelijke arbeid reeds vermindert, wordt de realisatie van kapitaal moeilijker
Wat de waardestijging van het kapitaal betreft
Arbeid reproduceert niet de waarde van het materiaal en instrument, maar houdt deze in stand door zich in het arbeidsproces tot hen te verhouden naar hun objectieve voorwaarden
Absolute meerarbeidstijd. Relatief
Het is niet de kwantiteit van de levende arbeid, maar veeleer de arbeidskwaliteit die de reeds in het materiaal vervatte arbeidstijd in stand houdt
De verandering van vorm en substantie in het directe productieproces
Het is inherent aan het eenvoudige productieproces dat de vorige productiefase behouden blijft in de volgende
Behoud van de oude gebruikswaarde door nieuwe arbeid
De kwantiteit van geobjectiveerde arbeid blijft behouden omdat contact met levende arbeid de kwaliteit ervan behoudt als gebruikswaarde voor nieuwe arbeid
In het reële productieproces wordt de scheiding van de arbeid van zijn objectieve bestaansmomenten opgeschort. Maar in dit proces is arbeid al opgenomen in het kapitaal.
De kapitalist krijgt de meerarbeid gratis, samen met de instandhouding van de waarde van materiaal en instrumenten
Door de toe-eigening van de huidige arbeid heeft het kapitaal reeds aanspraak op de toe-eigening van toekomstige arbeid
Verwarring van winst en meerwaarde. Carey’s foutieve berekening
De kapitalist, die de arbeider niet betaalt voor het behoud van de oude waarde, eist dan een vergoeding omdat hij de arbeider toestemming geeft het oude kapitaal te behouden
Meerwaarde en winst
Verschil tussen het verbruik van het instrument en het loon. Het eerste verbruikt in het productieproces, het tweede erbuiten
Stijging van de meerwaarde en daling van de winstvoet
Vermenigvuldiging van simultane werkdagen
Machines
Groei van het constante deel van het kapitaal in verhouding tot het variabele deel dat aan lonen wordt besteed = groei van de arbeidsproductiviteit
Verhouding waarin het kapitaal moet toenemen om hetzelfde aantal arbeiders in dienst te nemen als de productiviteit stijgt
Percentage van het totale kapitaal kan zeer uiteenlopende verhoudingen tot uitdrukking brengen
Kapitaal (zoals eigendom in het algemeen) berust op de productiviteit van arbeid
Toename van meerarbeid. Toename van simultane werkdagen. (Bevolking)
(De bevolking kan evenredig toenemen naarmate de noodzakelijke arbeidstijd afneemt)
Overgang van het productieproces van kapitaal naar het circulatieproces

DEEL 2: HET CIRCULATIEPROCES VAN HET KAPITAAL
Devaluatie van het kapitaal zelf ten gevolge van de toename van de productiekrachten
(Concurrentie)
Kapitaal als eenheid en tegenstelling van het productieproces en het realisatieproces
Kapitaal als beperking van de productie. Overproductie
Eisen van de arbeiders zelf
Barrières voor kapitalistische productie
Overproductie; Proudhon
Prijs van de koopwaar en arbeidstijd
De kapitalist verkoopt niet te duur, maar nog steeds boven wat het ding hem kost
Prijs kan onder de waarde dalen zonder het kapitaal aan te tasten
Aantal en eenheid (maat) belangrijk bij de vermenigvuldiging van prijzen
Specifieke accumulatie van kapitaal. (Omzetting van meerarbeid in kapitaal)
De bepaling van waarde en prijzen
De algemene winstvoet
De kapitalist verkoopt slechts tegen zijn eigen productiekosten, daarna is het een overdracht aan een andere kapitalist. De arbeider wint er bijna niets bij.
Barrière van kapitalistische productie. Verhouding tussen meerarbeid en noodzakelijke arbeid. Proportie van het overschot dat door het kapitaal wordt verbruikt ten opzichte van het overschot dat in kapitaal wordt omgezet.
Devaluatie tijdens crisissen
Kapitaal dat uit het productieproces komt, wordt weer geld
(Parenthese over kapitaal in het algemeen)
Meerarbeid of meerwaarde wordt surplus kapitaal
Alle determinanten van de kapitalistische productie lijken nu het resultaat van de (loon)arbeid
Het realisatieproces van arbeid en tegelijkertijd zijn niet-realisatie
Vorming van surplus kapitaal I
Surplus kapitaal II
Omkering van de wet van toe-eigening
Hoofdresultaat van het productie- en realisatieproces
Oorspronkelijke accumulatie van kapitaal
Eenmaal historisch ontwikkeld, creëert het kapitaal zelf de voorwaarden van zijn bestaan
(Verrichten van persoonlijke diensten, in tegenstelling tot loonarbeid)
(Parenthese over de omkering van het eigendomsrecht, de werkelijke vervreemding van de arbeider tot zijn product, de arbeidsdeling, de machines)
Vormen die aan de kapitalistische productie voorafgaan. (Betreffende het proces dat voorafgaat aan de vorming van de kapitaalverhouding of de oorspronkelijke accumulatie)
De ruil van arbeid tegen arbeid berust op de bezitloosheid van de arbeider
Circulatie van kapitaal en circulatie van geld
Productieproces en circulatieproces momenten van productie. De productiviteit van de verschillende kapitalen (industrietakken) bepaalt die van het afzonderlijke kapitaal
Circulatieperiode. Snelheid van circulatie vervangt volume van kapitaal. Wederzijdse afhankelijkheid van kapitalen in de snelheid van hun circulatie
De vier momenten in het omzetten van kapitaal
Moment II dat hier in aanmerking moet worden genomen: omzetting van het product in geld; duur van deze operatie
Transportkosten
Circulatiekosten
Middelen voor communicatie en vervoer
Verdeling van de arbeidstakken
Concentratie van veel arbeiders; productiekracht van deze concentratie
Het algemene, te onderscheiden van bijzondere productievoorwaarden
Transport naar de markt (ruimtelijke circulatievoorwaarden) hoort bij het productieproces
Krediet, het tijdelijke moment van circulatie
Kapitaal is circulerend kapitaal
Invloed van de circulatie op de waardebepaling; circulatietijd = tijd van de devaluatie
Verschil tussen de kapitalistische productiewijze en alle vroegere (universaliteit, propagandistisch karakter)
(Het kapitaal zelf is de tegenstrijdigheid)
Circulatie en creatie van waarde
Kapitaal is geen bron van waardecreatie
Continuïteit van de productie veronderstelt vertraging van de circulatietijd
Meerwaarde theorieën
De opvatting van Ramsay dat kapitaal zijn eigen bron van winst is
Geen meerwaarde volgens de wet van Ricardo
Ricardo’s theorie van waarde. Lonen en winst
Quincey
Ricardo
Wakefield. Voorwaarden van kapitalistische productie in koloniën
Meerwaarde en winst. Voorbeeld (Malthus)
Verschil tussen arbeid en arbeidskracht
Theorie van Carey over het goedkoper maken van kapitaal voor de arbeider
Theorie van Carey over de daling van de winstvoet
Wakefield over de tegenstrijdigheid tussen Ricardo’s theorieën van loonarbeid en waarde
Bailey over slapend kapitaal en productieverhoging zonder voorafgaande kapitaalverhoging
Wades uitleg van kapitaal. Kapitaal, collectieve kracht. Kapitaal, beschaving
Rossi. Wat is kapitaal? Is grondstof kapitaal? Zijn lonen ervoor nodig?
Malthus. Theorie van de waarde en van de lonen
Doel van kapitalistische productie: waarde (geld), niet goederen, gebruikswaarde enz. Chalmers
Verschil in rendement. Onderbreking van het productieproces. Totale duur van het productieproces. Ongelijke productieperiodes.
Het concept van de vrije werker impliceert de pauper. Bevolking en overbevolking
Noodzakelijke arbeid. Meerarbeid. Overbevolking. Surplus kapitaal.
Adam Smith: werk als opoffering
Adam Smith: de oorsprong van winst
Meerarbeid. Winst. Lonen
Onroerend kapitaal. Rendement van kapitaal. Vast kapitaal. John Stuart Mill
Omzet van kapitaal. Circulatieproces. Productieproces
Circulatiekosten. Circulatietijd
Verandering van vorm en inhoud van kapitaal; verschillende vormen van kapitaal; circulerend kapitaal als algemeen karakter van kapitaal
Vast (gebonden) kapitaal en circulerend kapitaal
Constant en variabel kapitaal
Concurrentie
Meerwaarde. Productietijd. Circulatietijd. Omzettijd.
Concurrentie (vervolg)
Een deel van het kapitaal in productietijd, een deel in omzettijd
Meerwaarde en productiefase. Aantal reproducties van kapitaal = aantal omzetten
Verandering van vorm en van materie in de circulatie van kapitaal W-G-W. G-W-G
Verschil tussen productietijd en arbeidstijd
Oprichting van een handelszaak; krediet
Kleinschalige circulatie. Het proces van ruil tussen kapitaal en arbeidscapaciteit in het algemeen
Drievoudig karakter, of wijze, van circulatie
Vast kapitaal en circulerend kapitaal
Invloed van vast kapitaal op de totale omzettijd van kapitaal
Vast kapitaal. Productiemiddel. Machine
Omzetting van arbeidskrachten in kapitaal, zowel in vast kapitaal als in circulerend kapitaal
In welke mate vast kapitaal (machine) waarde creëert
Vast kapitaal & continuïteit van het productieproces. Machines & levende arbeid
Tegenstrijdigheid tussen het fundament van de burgerlijke productie (waarde als graadmeter) en haar ontwikkeling
Betekenis van de ontwikkeling van het vast kapitaal (voor de ontwikkeling van het kapitaal in het algemeen)
De belangrijkste rol van kapitaal is het creëren van besteedbare tijd; tegenstrijdige vorm hiervan in het kapitaal
Levensduur van het vast kapitaal
Reële besparingen (economie) = besparing van arbeidstijd = ontwikkeling van de productiekracht
Ware opvatting van het proces van maatschappelijke productie
Owens historische opvatting van industriële (kapitalistische) productie
Kapitaal en waarde van natuurlijke diensten
De omvang van het vast kapitaal geeft het niveau van de kapitalistische productie aan
Is geld vast kapitaal of circulerend kapitaal?
Omzettijd van kapitaal bestaande uit vast kapitaal en circulerend kapitaal.
Reproductietijd van vast kapitaal
Dezelfde waren soms circulerend kapitaal, soms vast kapitaal
Elk veronderstelling van productie is tegelijkertijd het resultaat ervan, in die zin dat het zijn eigen voorwaarden reproduceert
De tegenwaarde van circulerend kapitaal moet binnen het jaar worden geproduceerd. Dat geldt niet voor vast kapitaal. Het wordt in de volgende jaren geproduceerd
Onderhoudskost van het vast kapitaal
Inkomsten uit vast kapitaal en circulerend kapitaal
Vrije arbeid = latent pauperisme. Eden
Hoe kleiner de waarde van het vast kapitaal in verhouding tot zijn product, hoe nuttiger
Roerend en onroerend, vast en circulerend
Verband tussen circulatie en reproductie

DEEL 3: KAPITAAL ALS VRUCHTBAAR. OMZETTING VAN MEERWAARDE IN WINST
Winstvoet. Daling van de winstvoet
Meerwaarde als winst drukt altijd een kleiner deel uit
Wakefield, Carey en Bastiat over de winstvoet
Kapitaal en inkomsten (winst). Productie en distributie. Sismondi
Transformatie van meerwaarde in winst
Wetten van deze transformatie
Meerwaarde = verhouding tussen meerarbeid en noodzakelijke arbeid
Waarde van het vast kapitaal en zijn productiekracht
Machines en meerarbeid. Recapitulatie van de doctrine van meerwaarde in het algemeen
Verhouding tussen de objectieve productievoorwaarden. Verandering in het aandeel van de samenstellende delen van het kapitaal

DIVERSEN
Geld en vast kapitaal: veronderstelt een zekere mate van rijkdom. Verhouding tussen vast kapitaal en circulerend kapitaal. (Economist)
Slavernij en loonarbeid; winst door vervreemding (Steuart)
Steuart, Montanari en Gouge over geld
De wolindustrie in Engeland sinds Elizabeth; de zijdefabricage; ijzer; katoen
Oorsprong van vrije loonarbeid. Landloperij. (Tuckett)
Blake over accumulatie en winstvoet; slapend kapitaal
Huishoudelijke landbouw aan het begin van de zestiende eeuw. (Tuckett)
Winst. Rente. Invloed van machines op het loonfonds. (Westminster Review)
Geld als waardemaatstaf en als graadmeter voor de prijzen. Kritiek op theorieën over de standaardmaatstaf voor geld
Transformatie van het circulatiemiddel in geld. Vorming van geldschatten. Middelen van betaling. Warenprijzen en hoeveelheid circulerend geld. Waarde van geld
Kapitaal, niet arbeid, bepaalt de waarde van geld. (Torrens)
Het minimumloon
Katoenmachines en arbeiders in 1826. (Hodgskin)
Hoe de machine grondstoffen creëert. (Economist)
Machines en meerarbeid
Kapitaal en winst. Verhouding van de arbeider tot de arbeidsvoorwaarden in de kapitalistische productie. Alle delen van het kapitaal leveren winst op
De tendens van de machine om de arbeid te verlengen
Katoenfabrieken in Engeland. Voorbeeld voor machines en meerarbeid
Voorbeelden uit Glasgow voor de winstvoet
Vervreemding van de arbeidsvoorwaarden met de ontwikkeling van het kapitaal. Inversie
Merivale. De inheemse afhankelijkheid van de arbeider in kolonies moet worden vervangen door kunstmatige beperkingen
Hoe de machine materiaal bespaart. Brood. D’eau de la Malle
Ontwikkeling van geld en rente
Productieve consumptie. Newman. Transformaties van kapitaal. Economische cyclus
Dr. Price. Inherente kracht van het kapitaal
Proudhon. Kapitaal en eenvoudige ruil. Surplus
Noodzaak van bezitloosheid van de arbeider
Galiani
Theorie van het spaargeld. Storch
MacCulloch. Surplus. Winst
Arnd. Natuurlijke interest
Rente en winst. Carey
Hoe de koopman de plaats van de meester inneemt
Koopmansvermogen
Handel met equivalenten onmogelijk. Opdyke
Hoofdsom en rente
Dubbele standaard
Over geld
James Mills foute theorie van prijzen
Ricardo over valuta
Over geld
Theorie van de buitenlandse handel. Twee naties kunnen ruilen volgens de wet van de winst op zo’n manier dat beiden winnen, maar één wordt altijd bedrogen
Geld in zijn derde rol, als geld

(I) WAARDE (Deze afdeling wordt vervroegd)

BASTIAT EN CAREY
Bastiats economische harmonieën
Bastiat over lonen